Tekst Ruben Murk en Menno Groenewegen

Met bussen verf en vierhonderd kussenslopen trokken forensisch onderzoekers in de zomer van 2016 naar festival Lowlands. Met de hulp van festivalgangers hoopten zij onder andere te achterhalen waar sporen achterblijven als iemand een moord pleegt met een kussen. En voor zo’n experiment heb je heel wat kussenslopen nodig.

“Gewoon bij de Ikea”, lacht Anouk de Ronde op de vraag waar ze vierhonderd kussenslopen heeft gekocht. “Ik heb de goedkoopste uitgezocht. Ze zijn van 100 procent katoen en prima geschikt om de experimenten mee uit te voeren.” De Ronde is promotieonderzoeker (Phd) bij de Hogeschool van Amsterdam, de Politieacademie en het NFI. De TU Delft is ook betrokken bij het project op Lowlands.
 

Vingersporen, verder dan de bron

Samen met twee mede-promotieonderzoekers werkt De Ronde vier jaar lang aan het project ‘Vingersporen, de bron en verder’ waarvan de experimenten op Lowlands onderdeel zijn. “Het doel is om meer informatie uit vingersporen te halen dan de bekende lijntjes om mensen te identificeren. Ik kijk vooral naar activiteitniveau, dus wat zeggen sporen over wat er is gebeurd. Mijn collega doet onderzoek naar de chemische samenstelling van vingersporen.”

Ze doelt daarmee op Ward van Helmond, één van de promotieonderzoekers die ook een forensisch experiment uitvoerde op Lowlands. Hij vroeg deelnemers om met een vinger over een stuk folie te vegen. Twee keer met ongewassen handen en twee keer met gewassen handen.

Lowlands is een fantastische plek om in een kort tijdsbestek heel veel data te krijgen.

Met een pop in bed

“Als wetenschapper wil je zoveel mogelijk data hebben. Lowlands is een fantastische plek om heel veel data te krijgen in een kort tijdsbestek. Mijn experiment duurde ongeveer een kwartier. In drie dagen konden daarom maximaal 200 mensen meedoen”, vertelt De Ronde.

De deelnemers kregen ten eerste de opdracht om een kussen in een kussensloop te stoppen en ten tweede de opdracht om met een ander kussen een pop te verstikken. De vraag die De Ronde wil beantwoorden, is of iemand die een moord pleegt op een andere plek vingersporen achterlaat dan iemand die een kussen verschoont.

“Ik wilde zo’n realistisch mogelijk scenario creëren, dus de pop lag echt in bed. Als je dit experiment aan bijvoorbeeld een hoge tafel doet, dan krijg je mogelijk heel andere resultaten.”

Anouk de Ronde (rechts) voert forensische experimenten uit op festival Lowlands. (foto Arjo Loeve)

Verven

Om te kijken waar de kussen(s) –slopen worden beetgepakt, kregen deelnemers verf op hun handen: Geel op de duim, blauw op de overige vingers en roze op de handpalm. “In de voorbereiding hebben we daar goed over moeten nadenken. Welke kleuren zijn goed zichtbaar, ook als ze worden gefotografeerd? En hoe zorg je dat verder alles schoon blijft? Je wilt niet dat verfsporen achterblijven. Die kunnen de uitkomsten van de volgende deelnemer beïnvloeden. Daarom dekten we het bed af met plastic, dat konden we tussen de experimenten door gemakkelijk schoonmaken.”

In een donkere ruimte keken de onderzoekers vervolgens met een forensische lamp waar de sporen waren achtergebleven en hoe de locaties van de sporen van de twee opdrachten verschilden. “We filmden de experimenten met webcams en fotografeerden de gebruikte kussenslopen”, legt De Ronde uit. “Het doel is uiteindelijk een model te ontwikkelen waarmee we scenario’s kunnen toetsen om te kunnen bepalen wat er op een plaats delict gebeurd zou kunnen zijn.”