“Hoe je het ook went of keert, de onrust bij het NFI heeft ook zeker op ons als ketenpartners negatieve effecten gehad”, aan het woord is Bob Steensma, hoofdofficier van Justitie van het OM Noord-Holland en portefeuillehouder forensisch onderzoek. “Ik denk dat het heel goed is dat er een onderzoek is gedaan naar de cultuur, wat er nou precies aan de hand was en welke verbeteringen nodig zijn. Tegelijkertijd begrijp ik dat morgen niet meteen alles op de rit staat."

Gebrek aan communicatie

"Al het ‘gedoe’, zo noem ik het maar even, was ‘naar binnen gekeerd ’. Voor het OM is het belangrijk dat we op gemaakte afspraken aan kunnen, maar de intern heersende onrust bij het NFI had effect op de kwantiteit en kwaliteit. Hoewel we nooit echt in de problemen zijn geraakt met de verschillende directies,  kwamen deze relaties toch soms onder spanning te staan. Het OM heeft regelmatig nadrukkelijk geadresseerd dat er in het werkveld problemen waren. We constateerden dat er bepaalde zaken intern niet goed liepen en dat er gebrekkig werd gecommuniceerd door het NFI.

Het NFI gaf bijvoorbeeld aan dat er eigenlijk al jarenlang roofbouw op de organisatie was gepleegd. Ict-systemen waren niet op orde, processen niet goed geborgd en er is een gebrek aan financiële middelen. Vanuit de bedrijfsvoering kun je dat nog wel plaatsen, maar als ketenpartner vraag je je dan toch af hoe dit heeft kunnen gebeuren en waarom er nog niets aan gedaan is. Na een termijn van drie directies, wordt dit natuurlijk ook steeds lastiger om nog te duiden.

Toch is het belangrijk dat politie en OM vroegtijdig betrokken en geïnformeerd worden. Als het NFI met het ministerie van Justitie en Veiligheid praat over financiële problemen, kun je deze problemen niet los zien van de consequenties voor de productie. Als we pas in een later stadium betrokken worden, ontbreekt het onder meer aan verwachtingsmanagement en sta je als ketenpartner voor een voldongen feit.

Hoe lang blijven ze?

Peter van den Elzen heeft de zaken voortvarend opgepakt en organiseerde een aantal strategiebijeenkomsten waar ook het OM bij aanwezig was. Dit waren goede sessies waarin het OM de ruimte kreeg om duidelijk en stevig neer te zetten wat er in onze optiek verbeterd moest worden. We zien dat de betrokkenheid, loyaliteit en deskundigheid van NFI’ers enorm groot is, maar de interne zaken die ook de nodige onrust met zich mee brachten, speelden zich af buiten onze waarneming. Als buitenstaander was het daarom moeilijk te begrijpen dat er een flink conflict was ontstaan tussen medewerkers en directie. Zelf hebben we te maken met wisselende directies met elke keer weer verschillende persoonlijkheden in interim-verband. Dat brengt soms onrust met zich mee, want hoe diep zitten ze in de materie? Wanneer gaan ze weer weg? En hoe lang blijven ze nog? 

"We hebben binnen OM, politie en NFI al jarenlang een goede gezamenlijke visie op forensische opsporing en forensisch onderzoek"

Constructieve samenwerking

Toch hebben we binnen de driehoek NFI, OM en politie al jarenlang een goede gezamenlijke visie op forensische opsporing en forensisch onderzoek. In nauw overleg maken we samen plannen richting het ministerie die misschien niet meteen mogelijk zijn in financiële zin, maar wel in technisch opzicht. Daar trekken we samen bijzonder constructief in op. We luisteren nu goed naar elkaars behoeftes.

Als er bijvoorbeeld twintig rechercheurs willen weten of ze op het goede spoor zitten en hier via DNA-onderzoek snel duidelijkheid over kunnen krijgen, wordt dat meteen opgepakt. De behoefte aan snelheid naar deze zogenaamde opsporingsproducten heeft het NFI goed opgepakt.

Naast de behoefte aan meer financiële mogelijkheden, verandert er steeds meer op het gebied van vraaggestuurd werken. Het is best ingewikkeld om een goede vraag te stellen, daar hebben we de deskundigheid van het NFI voor nodig. Bij complexe zaken hebben we hiervoor de Forensische Intake (FIT) als ondersteunend middel: ‘help ons de juiste vragen te stellen’. De meerwaarde van het NFI op het gebied van proactief meedenken en adviseren over mogelijkheden, is groot.

Maar er zijn ook andere zaken die bijdragen aan een goede samenwerking. Als we online realtime daadwerkelijk inzicht hebben in het aantal aanvragen die we al hebben ingediend, draagt dit ook bij aan een goede samenwerking. Juist omdat de schaarste zo groot is. Deze schaartse blijkt wel uit het feit dat officieren van justitie elkaar appen met de vraag of nog iemand ruimte heeft om  DNA-onderzoek van een bepaald type aan te vragen. Het helpt dan natuurlijk als de online informatie actueel is en de cijfers kloppen.

Toekomst

Ook op het gebied van innovatie hebben we al veel bereikt. Waar het NFI voorheen vroeg wat ze nu weer eens voor het OM konden uitvinden, kwamen wij met de reactie 'Wat kunnen jullie?'. Nu zijn we meer en beter met elkaar in gesprek over gezamenlijke wensen en mogelijkheden. Denk hierbij aan de ontwikkelingen zoals het testen van drugs door de politie in de regio en het lokaal analyseren van DNA-monsters wat wellicht in de toekomst mogelijk is. 

Onder leiding van het ministerie zijn we uitgebreid aan het nadenken over de toekomst van forensisch onderzoek en -opsporing. Hoe ziet de wereld er straks uit en hoe dragen we samen bij samen aan een veiliger samenleving? Ik hoop daarom oprecht dat het NFI weer snel en stevig op de rails komt."