Binnen de driehoek politie, Openbaar Ministerie (OM) en NFI hebben ketenpartners hun eigen rol. Ze weten van het reilen en zeilen binnen hun eigen organisatie en geven van daaruit aan wat de wensen en eisen zijn. “Toch zijn het in de driehoek niet de verschillen die ons binden, maar juist de overeenkomsten”, aldus Hans Vissers (Portefeuillehouder forensische opsporing Nationale Politie). “Ik merk voortdurend dat politie, OM en NFI hetzelfde willen.  Als lid van één opsporingsketen zoveel mogelijk zaken oplossen en rendement halen uit onze investeringen om gezamenlijk een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan veiligheid.”

"De betrokkenheid en kwaliteit van de NFI-medewerkers hebben te weinig aandacht gekregen"

Op belangrijke punten was er bij de politie herkenning in de conclusies van het cultuurrapport. Hans Vissers: “We ervaren ook dat er te weinig flexibel en vraaggestuurd werd gewerkt. Medewerkers hebben de neiging om schotten tussen de afdelingen te laten bestaan. De onafhankelijkheid en wetenschappelijke integriteit wordt zó belangrijk gevonden dat het meedenken over hoe het anders kan, nog niet genoeg van de grond komt. Uiteraard moet dit meedenken wel gebeuren binnen de grenzen van integriteit en onafhankelijkheid."

Tegelijkertijd is hij ook wel geschrokken van de hardheid en breedte van de negatieve conclusies. En van de mededeling dat er sinds het vorige cultuuronderzoek in de jaren negentig nauwelijks iets is veranderd. Het was direct duidelijk dat er ook veel interne problematiek aan de orde is. Voorbeelden daarvan zijn de verhouding van medewerkers tot leidinggevenden en de relaties tussen medewerkers onderling. "We zijn ook geschrokken van het feit dat er zoveel moest gebeuren, terwijl duidelijk was dat de betrokkenheid van de medewerkers zelf daarbij hard nodig was. Het was duidelijk dat de cultuurverandering ook veel impact op de medewerkers, hun tijdsbesteding en de productie zou hebben. Wat naar mijn mening te weinig aandacht heeft gekregen is de grote betrokkenheid en kwaliteit van de medewerkers van het NFI. De medewerkers van het NFI willen echt graag meehelpen aan het vinden van bewijs en het oplossen van zaken", stelt Vissers.

Mosterd na de maaltijd

Naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen uit het cultuurrapport zijn verschillende strategiesessies geweest waarbij ook de politie en het OM zijn uitgenodigd. Vanuit de politie was dat Frank Kornaat, hoofd van het Expertisecentrum Forensische Opsporing. Hans Vissers: “Frank Kornaat heeft nog eens benadrukt hoe belangrijk het is dat wij snel een voorlopige, indicatieve uitslag hebben op een ingezonden spoor. Dit bepaalt namelijk hoe het opsporingsonderzoek verder wordt ingericht. Als de politie pas na maanden een gedegen, gedetailleerd rapport krijgt, is dat voor het bewijs gunstig, maar voor het  onderzoek vaak mosterd na de maaltijd.”

Volgens Vissers is er een prima strategiedocument opgesteld met een missie en visie waar de politie zich ook in kan vinden. ”Het schrijven van de strategie heeft denk ik niet veel pijn gedaan, maar de verandering kan wel pijnlijk zijn en veel energie vragen. Ik meen te merken dat nu ook her en der geaarzeld wordt. Ontstaat de transparantie, communicatie, flexibiliteit, vraagsturing en versnelling die nodig is? Laten mensen anderen op hun speelveld toe? Willen mensen het open gesprek met collega’s en leidinggevenden echt aan gaan? Zijn de (nieuwe) leidinggevenden in staat om de medewerkers te inspireren, motiveren en de doelstellingen te realiseren?” vraagt hij zich af.

Bob en Peter aan tafel

Niet afremmen

Volgens Vissers gaat het al beter en communiceert men onderling goed met elkaar: “Dat doen we ook. Natuurlijk schuurt het soms, maar dat is ook goed. Alleen door wrijving ontstaat glans, zeggen ze dan. Het is in de continuïteit van de samenwerking wel lastig dat in zo’n korte tijd de directie en het managementteam volledig gewisseld zijn. Daarmee verlies je collectief geheugen en lopende afspraken blijken opeens niet meer te bestaan of veranderd te zijn."

Volgens Vissers geeft dat aan de ene kant nieuwe kansen, maar aan de andere kant heeft hij dat ook als ongemakkelijk ervaren. Het betekende vertraging en opnieuw beginnen. Door de vaak tijdelijke invulling van vacatures ontstaat bovendien het risico van wachten op de komst van de ‘definitieve baas’. "Dat zal intern vast niet anders zijn. Maar het is toch belangrijk dat we vol doorgaan en alles doen wat in ons vermogen ligt met de ploeg die nu aan boord is. Daarna zien we weer verder. Het mag niet afremmen.”

Als mooi voorbeeld van ketensamenwerking noemt Vissers de inrichting en start van de nieuwe DNA eliminatiedatabank en het opvangen van de tekorten bij pathologie door secties uit te besteden aan Antwerpen. “In beide voorbeelden is het niet zonder slag of stoot gegaan. Toch hebben we elkaar steeds goed weten te vinden en hebben we de problemen uiteindelijk met elkaar opgelost.”

Veel kansen

Het NFI heeft vraaggestuurd en zaakgericht werken hoog op de agenda staan. Dit sluit naadloos aan op de behoefte van de politie. “Ik ben blij dat er nu gewerkt wordt aan substantiële verbeteringen", zegt Vissers. "Wij zullen er van onze kant ook alles aan doen om dit samen met het NFI en het OM tot een groot succes te maken. We gaan een mooie en spannende tijd tegemoet met veel kansen. Die moeten we pakken. Dat betekent  niet alleen vanuit ons eigen domein denken, maar vanuit de keten."

In het kader van het programma Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen, waar de gehele keten inclusief het departement bij betrokken is, wordt de forensische opsporing zwaarder gepositioneerd binnen het totaal van de opsporing. "We streven naar meer capaciteit bij forensisch rechercheurs om meer PD’s te bezoeken en meer sporen veilig te stellen. Natuurlijk zullen die sporen ook moeten worden onderzocht. Dat roept vragen op wat dat betekent voor de organisatie en werkbelasting van het NFI en voor de taakverdeling tussen het NFI en de politie. Moet de politie meer werkzaamheden van het NFI gaan overnemen, zodat het NFI zich kan concentreren op innovatie en sporenonderzoek op het hoogste niveau?", vraagt Vissers zich af.

Binnen de politie zal het onder meer gaan betekenen dat de vraag voor het doen van onderzoek vaker eerst aan FO wordt gesteld in plaats van aan de tactiek. En als FO dan met hard bewijs komt, dan moet dat ook leidend zijn voor het verdere onderzoek. Op zulke momenten wordt de generieke opsporing volgend in plaats van leidend.

Enthousiasme, geloof en betrokkenheid

“Randvoorwaardelijk voor zo’n ontwikkeling is uiteraard dat de politie binnen enkele dagen over al dan niet indicatieve onderzoeksresultaten kan beschikken", zegt Vissers. "Het zal van het NFI en haar medewerkers uiteraard heel wat aanpassing vragen om aan deze wens of eigenlijk noodzaak tegemoet te komen. Voorwaarde is enthousiasme, geloof en betrokkenheid bij zowel politie, OM als NFI.”