Tekst Meike Willebrands

DNA-deskundige Arnoud Kal weet niet wat hij ziet als hij op 8 juni twee DNA-sporen met het blote oog vergelijkt. Enkele seconden houdt hij zijn adem in. Hij beseft dat hij naar de donor van het DNA-spoor in de zaak Nicky Verstappen kijkt. De deskundige controleert zichzelf nog eens. Het kan niet anders: dit is onmiskenbaar een match. Hij belt direct zijn collega deskundige Charissa van Kooten. “We hebben hem”, zegt hij verbouwereerd. Vanaf dat moment breekt voor hen een lang en lastig zwijgen aan. Pas op 22 augustus hebben zij de stilte doorbroken tijdens de persconferentie. Een persoonlijke terugblik van dit duo op de onvergetelijke doorbraak.

"Ik was met stomheid geslagen: ik zit naar de donor van het spoor te kijken ...”

De DNA-deskundigen werken enkele weken na de grote doorbraak weer in de luwte aan hun werkzaamheden van alledag. Ook hun agenda’s vullen zich weer met ‘gewone’ en vooral zichtbare afspraken. Maar de weken die ze achter de rug hebben, zullen zij niet snel vergeten. Elke dag dat binnen de muren van het NFI aan deze zaak is gewerkt, kon er sprake zijn van een match. Toch hadden de deskundigen niet zoveel vertrouwen in een goede afloop als bij het grootschalig verwantschapsonderzoek in de zaak Marianne Vaatstra. In dat onderzoek was het veel duidelijker dat de dader uit de directe omgeving moest komen. Dat maakt de kans groter dat hij door het grootschalig verwantschapsonderzoek tegen de lamp zou lopen. “Je neemt jezelf ook in bescherming om niet te veel verwachtingen te hebben”, zegt Van Kooten. “Je voelt altijd angst dat het tegen zal vallen.”

Arnoud Kal op de persconferentie over de match in de zaak Nicky Verstappen.

Hart sneller kloppen

Die kant lijkt het ook op te gaan in de zaak Nicky Verstappen. De opkomst van mannen die vrijwillig DNA afstaan, valt tegen. Bij het NFI waren bovendien al veel monsters bekeken, maar de match zat er steeds niet bij. Wat als alle inspanningen in niets zouden eindigen? Terwijl het grootschalig verwantschapsonderzoek gestaag vordert, gaat Van Kooten met vakantie. Bij het NFI houdt Arnoud zich ondertussen bezig met een één op één vergelijking voor de zaak. Normaal gesproken gebeuren die vergelijkingen met een computer, maar deze twee DNA-profielen bekeek de deskundige handmatig, op de ouderwetse manier.

Kal legt uit hoe hij te werk is gegaan. Hij wijst denkbeeldige persoonsunieke ‘DNA-pieken’ aan op een A4’tje. “Je vergelijkt de twee DNA-profielen en begint bij de DNA-kenmerken op het eerste locus. Op het eerste locus matchten de DNA-kenmerken, maar dan is er nog niets aan de hand. De kans op een toevalsmatch is 10%. Het tweede locus: ook een match. Kans op toeval : 1%. Het derde locus: verdraaid. Bij elke locus waar de DNA-kenmerken matchten, voelde ik mijn hart sneller kloppen. Totdat je het einde nadert en denkt: dit kan niet meer mislopen. Ik was met stomheid geslagen: ik zit nu naar de donor van het spoor te kijken.”

Charissa van Kooten in een telefonisch interview met een krant.

Zijn collega Van Kooten is thuis net haar koffers aan het inpakken als haar collega belt. Hij zit alleen, in een kamer en spreekt op fluistertoon: “Hij matcht.” Van Kooten reageert opgelucht en verrast, maar kampt ook meteen met een schuldgevoel naar haar collega. Kal moet al wat komen gaat in haar afwezigheid alleen doen. Kal: “Ook ik voelde me op mijn manier schuldig. Charissa had het grootste gedeelte van het werk gedaan. Ik was vooral haar schaduw- en sparringpartner. Ik had niet dezelfde bergen verzet. Dan ben ik degene die de match vindt. Ik heb dat zelf heel sterk in mijn eigen zaken: je voelt eigenaarschap en sterkte verbondenheid met zo’n zaak. Je hebt daar veel werk in zitten en dan vindt je collega de match.”

Bleek in deuropening

Voor het duo is dit de tweede keer dat ze zo’n bijzonder moment delen. De eerste keer, in de Vaatstra zaak, gebeurde het net andersom. Van Kooten vond de match. Zie ik het wel goed? dacht Van Kooten. Ze geloofde haar eigen ogen niet. Kal ziet haar nog bleekjes in de deuropening verschijnen. Het was opvallend dat ze daar zo versteend bleef staan. ‘”Arnoud, kun je even komen kijken of ik het goed zie?” Kal en Van Kooten zochten snel een lege kamer op. Haar ogen hadden haar niet bedrogen: Van Kooten had de match.

In de zaak Verstappen neemt Kal zijn collega Simone van Soest op 8 juni in vertrouwen zodat zij zijn bevindingen kan schaduwen. Vervolgens heeft hij de zaaksofficier van justitie in kennis gesteld. De opluchting was groot: het doel waar ze voor gingen, was bereikt.

Persoonlijke eigendommen

Toch is de verdachte niet in beeld gekomen door het grootschalige verwantschapsonderzoek onder 21.000 mannen. De match is voortgekomen uit het autosomaal (één op één) DNA-onderzoek van de sporen op de kleding van Nicky Verstappen waarvoor 1.500 mannen zijn gevraagd hun DNA af te staan. Deze mannen zijn door de politie in kaart gebracht. Zij waren ten tijde van de dood van Nicky Verstappen te koppelen aan het gebied waar de jongen is gevonden. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) voerde dit DNA-onderzoek uit. Eén van de ruim 1.500 mannen was sinds februari 2018 vermist in het buitenland, waardoor het voor de politie niet mogelijk was om bij deze persoon DNA af te nemen. Om die reden heeft het NFI in opdracht van het OM een DNA-profiel opgemaakt aan de hand van zijn persoonlijke eigendommen. En daar rolde na twintig jaar dan toch een naam uit: de vermiste persoon Jos B.

De zaak is in 1998 bij het NFI binnen gekomen. Tientallen NFI-ers hebben de afgelopen twintig jaar hun steentje bijgedragen aan het onderzoek in deze zaak. Kal en Van Kooten zijn allebei in 2014 bij de zaak betrokken. Het moment dat de mogelijkheid van grootschalig verwantschapsonderzoek voor het eerst verkend werd. “Ik heb de afgelopen vier jaar veel tijd en energie in de zaak gestoken. Toch weet je dat het heel lang kan gaan duren voordat er een doorbraak komt. Daar houd je rekening mee", aldus van Kooten. De DNA-deskundigen wisten ook dat als er een match zou komen ze dat niet van de daken konden schreeuwen. Dat was ook hun ervaring bij de zaak Vaatstra. Die waarschuwing heeft het tweetal ook al vroeg aan hun collega’s op de afdeling gegeven. “Hopelijk komt er een dag dat we meer weten dan we kunnen zeggen”, waren Van Kootens woorden tijdens een divisieoverleg.

Als een oester

Die dag breekt aan op 8 juni. De euforie van de match is groot, maar de domper dat de verdachte op dat moment al lange tijd vermist is, is minstens zo groot. Kal is in de weken na de doorbraak zo gesloten als een oester. Sommige collega’s ontloopt hij zelfs bewust. Het zwijgen valt hem zwaar. “Op het lab werkten collega’s nog gewoon door aan de zaak. Regelmatig vroegen collega’s mij hoe de zaak ervoor stond. Ik heb geprobeerd daar omheen te praten en heb soms zelfs moeten liegen. ‘Het is zeker niets geworden?’ informeerde een collega. ‘Nee’, antwoordde ik. Terwijl er toch echt een dikke match was.” De deskundigen leven in stilte toe naar de persconferentie van 22 augustus. Het moment dat ze het nieuws eindelijk mogen delen. Met de collega’s, met het thuisfront, met heel Nederland.

Brok in de keel

De belangstelling voor de aangekondigde doorbraak was enorm. De persconferentie was een emotioneel moment, waar de deskundigen een brok van in de keel kregen. Zowel Kal als Van Kooten stonden talloze journalisten te woord. Door de match die Kal ontdekte, kon er eindelijk een naam aan het spoor op de kleding van Nicky verbonden worden. Nog geen week later kon de persoon achter de naam worden aangehouden in Spanje. Kal en Van Kooten zien deze wending als een gezamenlijk succes. Talloze mensen hebben de afgelopen twintig jaar aan de zaak gewerkt: van de alerte marechaussee op de plaats delict, het politieteam en het OM die hem in de groep van 1500 mensen voor een één op één vergelijking hebben geplaatst tot de NFI-ers van vele afdelingen en teams. “Het DNA-onderzoek was het sluitstuk in de speurtocht naar de naam van een verdachte”, zegt Kal. “Dat een verdachte na zoveel jaren nog ter verantwoording geroepen kan worden, is ongelooflijk. Daar doen we het voor.”

Aan het vinden van de match hebben veel medewerkers een aandeel gehad.