Tekst Meike Willebrands

Een jogger stuit op 7 april 2013 in het bos bij het Belgische Wuustwezel op een grote, zwarte sporttas. Als de man beter kijkt, ziet hij benen uitsteken. De vondst is luguber: in de tas ligt een lange, dode man. Opgevouwen in de foetushouding, zijn handen geboeid. Het strafrechtelijk onderzoek begint in België, maar Nederland neemt de zaak over. Lange tijd is onbekend wie achter de moord zit. Door volhardende rechercheurs en minutieus sporenonderzoek bij het NFI, komt de voortslepende zaak toch in een stroomversnelling.  

De Belgische politie doet na de melding van de wandelaar uitgebreid sporenonderzoek in het bos. Het slachtoffer is een onbekende man, hij heeft geen legitimatie op zak. De Belgen vinden wel een tramkaartje van de GVB in Amsterdam in zijn broekzak. Uit sectie blijkt dat het slachtoffer door verwurging en steekwonden om het leven is gebracht. Het Amsterdamse tramkaartje brengt de Belgen op een spoor dat mogelijk naar Nederland leidt. Ze nemen contact op met de politie in de hoofdstad, die kort daarna weet te vertellen dat het slachtoffer in Nederland woonde. Een oproep in Opsporing Verzocht genereert kort na de vondst cruciale tips. Een vriend en een familielid melden dat het slachtoffer de Kroaat Marin Mariç (31) is. 

Opsporing Verzocht genereert kort na de vondst cruciale tips.
Wendy van Hilst (politie)

Rechtshulpverzoeken

In deze zaak is de plaats delict in België, het slachtoffer woont in Nederland. Voor welk land is de zaak dan? Die vraag drong zich op, vertelt Wendy van Hilst, forensisch coördinator bij de politie Amsterdam. Ze heeft snel in de gaten dat de Belgen anders werken. Ze gebruiken andere forensische termen, andere procedures en andere apparatuur. Bovendien vertragen de rechtshulpverzoeken die de landen elkaar moeten sturen de zaak onnodig.

De Belgen sturen onder meer een rechtshulpverzoek aan het NFI omdat ze willen weten of de DNA-daderprofielen die zij uit de sporen van de kleding van het slachtoffer en de sporttas hebben verkregen, matchen met personen in de Nederlandse DNA-databank. De sporen leveren helaas geen match op. Van Hilst en Vincent van Marion, DNA-deskundige bij het NFI, concluderen dat ze de zaak beter helemaal kunnen overnemen.  

Kist droog ijs

En zo gebeurt het. Het is daarom belangrijk dat alle rapporten en monsters van de Belgen naar Nederland komen. Dit geldt ook voor de bebloede tas, de handboeien en de kleding van het slachtoffer. “De monsters moeten in bevroren toestand, in droog ijs, vervoerd worden. We hebben alles daarom zelf met de auto opgehaald. De kist met ijs stond gewoon op de achterbank”, vertelt Van Hilst. “Zo snel we konden, reden we aan het einde van de dag door naar het NFI, waar de monsters meteen in de vriezer gingen.”

In juli 2013 gaat het NFI met die monsters aan de slag. De bemonsteringen zoals de Belgen hadden gedaan, waren lastig werkbaar voor Van Marion. “België gebruikt niet precies dezelfde systemen als wij. In deze zaak gaat het bovendien om erg complexe DNA-profielen, veelal mengprofielen (DNA van meerdere donoren in een spoor). In de sporen van de tas en de kleding zat ook veel bruikbaar DNA van het slachtoffer zelf. Hij heeft immers behoorlijk gebloed.”

Vincent van Marion (NFI)

Aanvullend onderzoek

De deskundige besluit zelf opnieuw onderzoek te doen naar de extracten waar de Belgen ook al DNA-profielen uit hadden gehaald. Van Marion doet dit met zijn eigen vertrouwde methodes. De deskundige heeft gekeken wat voor DNA hij er zelf nog uit kon halen. Maar hij gaat nog verder. Van Marion doet later met de sporenonderzoekers van het laboratorium ook nog aanvullend sporenonderzoek aan de tas, de kleding en de handboeien. Die hebben ze nogmaals goed bekeken en op nieuwe plekken bemonsterd. “Dat is een kwestie van logisch nadenken”, licht Van Marion toe. “Hoe ga hoe ga je om met een lang en gespierd persoon in een sporttas? Hoe hanteer je die tas? Hoe zou ik dat zelf aanpakken? Mogelijk hebben ze de tas met een paar man opgetild, wat zijn dan logische plekken om de tas vast te pakken?” Op basis van die gedachten zijn de onderzoekers het lab in gegaan om de bewijsstukken nogmaals te bemonsteren. 

Dat blijkt een goede zet. Van Marion en zijn collega's vinden nieuwe sporen waar ze mooie, bruikbare DNA-profielen uit weten te halen. Van onder meer de wieltjes onder de tas en van de voorkant van de broekspijpen. Soms moet je eigenwijs zijn en geen genoegen nemen met wat er al op forensisch gebied is gedaan, dachten de forensisch onderzoekers.

De sporttas op de onderzoekstafel.

Drugsdeal

In oktober 2015 krijgt het rechercheteam een belangrijke tip. De dood van Marin Maric zou te maken hebben met een drugsdeal. Maric zou contact hebben gehad met de Serviërs Dejan M. en Bojan S. Door onderzoek naar telefoongegevens van het slachtoffer, krijgt de politie nog een derde verdachte in het vizier: de Kroaat Bogdan U. Een bekende van de politie. Dejan M. en Bogdan U. zijn in februari 2014 ook in beeld in een ander politieonderzoek naar wapenhandel in een Amsterdamse spyshop.

Nu de politie drie verdachten in de zaak heeft, zoekt Van Hilst opnieuw contact met het NFI. Dejan M. en Bogdan U. zitten dan wel in de DNA-databank omdat ze DNA hebben afgestaan. Bojan S. nog niet. De deskundige ontvangt pas later wangslijm van deze verdachte. Van Marion vergelijkt het DNA-profiel van de verdachten uiteindelijk met de sporen die zijn aangetroffen op het slachtoffer. Hij vindt overeenkomsten bij twee van de drie verdachten. Dejan M. matcht niet met de sporen.

Bojan S. levert wel een match op met de sporen die zijn gevonden op de sokken van het slachtoffer, daar waar je hem logischerwijs zou vastpakken. De DNA-deskundige vindt Bojan S. ook terug op de spijkerbroek, na het aanvullende onderzoek dat in het lab is gedaan aan de voorzijde van de rechterpijp. Ook matcht zijn DNA met een spoor op de tas én met een haar die daarin is gevonden. Op de tas zijn ook sporen van Bogdan U. gevonden. “Het aanvullende sporenonderzoek van de DNA-deskundige heeft ons op het ‘DNA-pad’ van de verdachten gezet. Anders hadden we ze nooit gevonden”, laat Van Hilst dankbaar weten. “In een zaak met zwijgende verdachten in het drugscircuit, kom je er zonder DNA vaak niet uit. Daarom is het zo belangrijk dat we eigenwijs zijn geweest en zelf kritisch zijn blijven nadenken.”

Blauwe vezel

Ook het rechercheteam heeft niet opgegeven. Een oplettende rechercheur ontdekt waar het slachtoffer om het leven is gebracht. Op de kleding van het slachtoffer en op de tas, was namelijk ook een blauwe vezel gevonden. Die konden ze lange tijd niet thuis brengen. Totdat het oog van een speurder ruim twee jaar na de moord op een blauw vloerkleed in een Amsterdamse huurwoning valt. De verdachten zijn in die woning geweest. Marin Maric was daar bovendien voor het laatst levend gezien. De alerte politieman belt meteen met zijn collega van de forensische opsporing. “Ik ben naar de woning gegaan en twijfelde geen seconde. Het vloerkleed moest ook voor onderzoek naar het NFI”, zegt Van Hilst.

Het team dat onderzoek doet naar textiel-en vezelsporen concludeert in haar rapport dat deze bijzondere blauwe vezel matcht met de vezels in het vloerkleed. Van Hilst: “Door de conclusie in de NFI-rapportage konden we het slachtoffer ook forensisch in deze woning plaatsen. Tezamen met de tactische bewijzen werd het zo zeer aannemelijk dat Maric daar om het leven is gebracht.”

Zo komt alles samen. Een grote tegenslag is echter dat de verdachten op dat moment in het buitenland verblijven. Twee van hen in Servië, een in Kroatië. Met die landen heeft Nederland geen uitleveringsverdrag. Het Nederlandse onderzoeksteam gaat dit keer met de Serven rond de tafel. “Het onderzoek was praktisch klaar”, legt Van Hilst uit. “De Serven moesten de verdachten alleen nog aanhouden en vervolgen.” Nu een derde land bij de zaak betrokken werd, moest de hele zaak met alle monsters, dossiers en deskundigenrapporten opnieuw verhuizen. Alle dossiers zijn vertaald en overgedragen aan Servië. De sporen moesten opnieuw een lange reis afleggen in droog ijs, dit keer per vliegtuig.

Bewijsmateriaal met het vliegtuig op weg naar Servië.

Strafkorting

De Servische politie houdt de verdachten aan, maar de mannen houden hun kaken lange tijd stijf op elkaar. Pas als de Servische rechters daarom niets anders kunnen dan hen alle drie dezelfde straf geven, schuiven Dejan M. en Bojan S. de moord in de schoenen van Bogdan U. In ruil voor strafkorting wijzen zij hem aan als de daadwerkelijke moordenaar. De Servische rechters veroordelen het tweetal na verschillende zittingen dit jaar tot twaalf jaar celstraf. Bogdan U. zijn zaak moet nog voorkomen, wanneer is onbekend. 

De internationale samenwerking maakt deze zaak uniek, zeggen zowel Van Hilst als Van Marion. De zaak begon in 2013 in België, is overgenomen door Nederland en vijf later zijn twee verdachten veroordeeld in Servië. “Al die jaren hebben we de zaak niet losgelaten. De tijd voor gerechtigheid is daarom toch nog gekomen.”