Verschillende disciplines samen aan de slag

Bepakt met drone, grondradar, metaaldetectoren, 3D-scanner, landmeetapparatuur en scheppen zijn experts van NFI en de Nationale politie naar Preston UK afgereisd voor een Europese ‘veldoefening’ in de forensische archeologie. In internationaal gemixte teams van archeologen, antropologen en politie is op een oefenterrein gezocht naar vijf ‘clandestiene graven’. Met archeologische precisie hebben de teams nauwelijks van echt te onderscheiden skeletten uitgegraven en sporen veiliggesteld. Het doel van de internationale oefening is inzicht krijgen in elkaars aanpak en methodieken bij zoekingen en opgravingen.

Reportage en foto's: Meike Willebrands

Op een groot grasveld in een zonovergroten Preston verzamelen tientallen mensen uit verschillende Europese landen. Een tweetal wandelt rond met een grondradar, ogenschijnlijk een soort grasmaaier die ondergrondse bodemverstoringen detecteert. Anderen lopen in een lijn over het gras en steken hier en daar een rood vlaggetje in de grond waar ze een verstoring lijken te zien. De internationale veldoefening is een initiatief van de ENFSI SoC Forensic Archaeology groep, waarvan Mike Groen, forensisch archeoloog bij het NFI, de voorzitter is en de Britse University of Central Lancashire (UCLan). Speciaal voor de driedaagse veldoefening zijn ‘menselijke’ resten begraven die vijf teams zullen zoeken en opgraven.

Leren van elkaar

Vanuit Nederland zijn experts van het NFI en van de politie (Bijzondere Zoekingen en het Expertteam Visualisatie en Reconstructie) aanwezig. Forensisch Archeoloog Mike Groen is het brein achter de oefening. “Het accent van de driedaagse ligt op het zoeken en opgraven en de technieken die de deelnemers daarvoor gebruiken. Het is de bedoeling dat verschillende landen en disciplines integreren om zo van elkaars aanpak te leren.” De forensische archeologie is nog volop in ontwikkeling en kent vele verschijningsvormen in Europa en dito aanpakken en visies.

De vijf forensisch archeologen, afkomstig uit verschillende landen, nemen het voortouw in hun team. Volgens het scenario zijn meerdere volwassenen en een kind drie jaar geleden vermist, vermoord en op het veld begraven. Twee jaar geleden zou de politie al tevergeefs hebben gezocht. Een jonge Britse forensisch archeoloog gaat al snel voortvarend met zijn groep aan de slag. Hij voorziet drie potentiele graven van een rood vlaggetje en schakelt daarna de hulp in van de bedieners van de grondradar, Mark Lüschen en Jitteke Struik van Bijzondere Zoekingen. “Op die locaties zien we met de grondradar ook verstoringen”, bevestigt Struik. “Maar we zien verspreid op het terrein op meer plaatsen bodemverstoringen. Mogelijk worden die veroorzaakt door stenen in de grond of door eerdere graafwerkzaamheden van de politie twee jaar geleden.”

Proef op de som

Struik en Lüschen lopen in twee richtingen over het veld om de afmetingen en de randen van een door de forensisch archeoloog aangewezen graf beter te kunnen bepalen. Hoewel het duo een graf van circa 30 cm. erg ondiep vindt om een lichaam in te begraven, geeft de grondradar duidelijk een bodemverstoring aan. Groen bevestigt dat graf nummer ‘8’ inderdaad bij de oefening hoort. Bijzondere Zoekingen, een specialistisch team van de Landelijke Eenheid, zet de grondradar in bij vermissingen waarbij het vermoeden bestaat van begraving. Het grondradaronderzoek in teams met verschillende grondradarsystemen uitvoeren, is voor dit tweetal een unieke manier om kennis en ervaring uit te wisselen met andere landen. Door de hoge tijdsdruk hebben ze in zaaksonderzoek niet altijd de tijd om gedurende de graafwerkzaamheden aanwezig te blijven en alle verstoringen die de grondradar registreert te valideren. Daarom is deze oefening ook voor dit team een waardevolle proef op de som.

Ondertussen circuleert luid brommend een drone over het veld. ‘Drone-piloot’ Peter de Leeuw den Bouter van het NFI bestuurt het apparaat dat voorzien is van een hightech multi-spectraal camera, bezit van de politie. De multi-spectraal camera maakt verstoringen in de vegetatie en bodem zichtbaar doordat ze op het scherm verkleuren. Een lichaam onder de grond beïnvloedt namelijk de grondgelaagdheid en vegetatie. Het zorgt voor andere voedingsstoffen, de aarde is losser. Struik en Lüschen zijn vooral geïnteresseerd in hoe lang die invloed duurt. En of de camera, een nieuwe tool voor zoekingen, ook oudere graven, cold cases, kan detecteren.

De beelden van de camera zijn te analyseren met een speciaal softwareprogramma. De drone die de camera stuurt, is eveneens een nieuwe tool bij dit soort zoekingen. “In echt zaaksonderzoek is er geen tijd om te oefenen”, zegt Groen kijkend naar de drone. “Hier kan dat wel. Ik heb al hoopvolle beelden van relevante bodemverstoringen vanuit de lucht gezien.” 

Het duo van Bijzondere Zoekingen prikt bij graf 8 met een prikstok in de grond om eventuele weerstand te kunnen voelen. Het is belangrijk dat dit voorzichtig gebeurt, het geprik kan immers beschadigingen in de menselijke resten achterlaten, zegt de Nederlandse NFI-forensisch antropologe Mayonne van Wijk. “Mijn taak is om de botten te analyseren. Zo kijk ik naar beschadigingen en of die mogelijk iets over de toedracht van het misdrijf verraden, maar ik kijk ook naar aanwijzingen die iets kunnen zeggen over de identiteit van het slachtoffer zoals geslacht en leeftijd.”

Geoliede machine

Bij de opgravingen is het de bedoeling dat de forensisch archeologen, -antropologen en de politie hun werk net zo doen als ‘thuis’. “Verzamel het bewijs zoals je dat gewend bent”, spreekt Groen de groep toe. Houd een open blik en denk ook aan alternatieve scenario’s.” De Britse archeoloog geeft aan dat hij weinig forensische ervaring heeft. Toch gaat het team als een geoliede machine te werk. De strategie: het graf zichtbaar in tweeën verdelen  met een touwtje en voorzichtig de bovenlaag van een grafhelft eraf halen en de aarde per laag op een zeil leggen. Met een troffel, een soort klein schepje, graaft de forensisch archeoloog steeds wat dieper. “De vulling van het graf lijkt verstoord”, benoemt hij.  “Die wijkt af van de stevigere zijkant van het graf.” Hij pakt een stukje plastic dat los in de aarde ligt en richt zich tot zijn teamgenoten. “Dit is een interessant spoor om te bewaren, mogelijk ligt het lichaam verpakt in plastic.”

Zijn team stelt ook een vliegenmade en een stukje bamboe veilig. “Bamboe hoort niet thuis in een Noord-Europees graf”, legt de Brit uit. “En insecten kunnen mogelijk iets zeggen over de datering van een graf.” Hij schraapt nog wat aarde weg en stuit dan op een eerste bot in het graf, een akelige aanblik. Zijn Deense teamgenoot legt alles fotografisch vast. Als de forensisch archeoloog meerdere botten heeft blootgelegd, ziet forensisch antropologe Van Wijk dat de geskeletteerde resten van ten minste twee individuen afkomstig zijn. “Zo stellen we steeds ons scenario bij”, licht zij toe. De metaaldetector piept ook regelmatig bij de graven, dit blijkt veelal door hulzen van kogels te komen.

Visualisatietechnieken

Het tweekoppige Expertteam Visualisatie en Reconstructie (LE) staat klaar om de teams te ondersteunen door de graven op geavanceerde wijze te visualiseren met landmeetapparatuur en 3D-scans. Zij kunnen de positionering van het graf en het lichaam in beeld brengen. “Dat is belangrijk om achteraf het totaalplaatje te begrijpen”, weten Lourens Post en zijn collega Stefan van de Pol. “Bij echte zaken maken we altijd een 3D scan voor het graven, na het graven en van het geleegde graf om zo de situatie in kaart te brengen. Op die manier kun je achteraf alles terug zien en verder analyseren.” In een kwartiertje maakt de apparatuur een 360 graden scan, daarna legt het programma daar een kleurenfoto overheen. De mannen laten het resultaat trots zien: een scherpe 3D visualisatie van de plaats delict.

Stukken gehakt

Een Deense forensisch archeoloog wil graag gebruik maken van de 3D-scans, terwijl een Britse student uit zijn groepje vindt dat ze de situatie ook prima handmatig kunnen tekenen. De forensisch archeoloog gaat toch voor de scan. “Ik kan de rechtbank niet overtuigen van mijn eigen tekening”, stelt hij. Zijn strategie: het graf in horizontale lagen afgraven om goed te kunnen zien en documenteren wat ze tegenkomen. De menselijke resten in dit graf lijken in stukken te zijn gehakt, de botten liggen er rommelig bij. Het team verzamelt sporen zoals een kledingstuk en een flesje voorzien van een datum. “In Denemarken kennen we formeel geen functie van een forensisch archeoloog”, vertelt hij. “Toch werk ik al tien jaar samen met de Deense politie, al is het maar aan één zaak per jaar.”

Het valt op dat de groepen gefocust en geduldig werken. Ze hebben precies één dag op de menselijke resten op te graven. Verschillende teams maken gebruik van een touwtje om het graf te halveren. Volgens forensisch archeoloog Groen is dat een visuele hulplijn om een bodemverstoring te halveren, in vaktermen couperen, en deels uit te graven. “Dat zijn technieken uit de traditionele archeologie. Bij het NFI gebruiken we die meestal niet meer aangezien we alles met een scanner 3D vastleggen.”

Groen loopt regelmatig langs de verschillende graven. Wijzend naar de touwtjes en veldtekeningen valt hem vooral op dat de groepen traditioneel te werk gaan. “In Nederland maken we gebruik van 3D-scans, total stations en geografische informatie systemen. Dat zie ik bij andere landen nauwelijks terug. De meer traditionele methodes, zoals het opdelen van de graven met behulp van touwtjes, gebruikten wij een decennium geleden ook. Nu doen wij dat niet meer, het touw kan het graf bijvoorbeeld contamineren.” Ook hebben de Nederlandse forensisch archeologen de troffel met houten handvat terzijde geschoven. Het NFI gebruikt materialen van RVS die je goed kunt ontsmetten in een speciaal apparaat. Verderop ziet hij een groepje flink borstelen met een ruwharige stoffer. “Ook dat doen wij anders omdat wij denken dat je zo alle (micro)sporen verplaatst of vernietigt. Wij gebruiken fijne kwastjes die we meteen weggooien.”

Als de vijf groepjes alle menselijke resten hebben uitgegraven, oogt het veld met de open graven vol skeletten als een scene uit een horrorfilm. Op de laatste dag presenteren de deelnemers hun plan van aanpak en bevindingen. De meeste teams hebben skeletresten van meer dan één persoon opgegraven, blijkt na de analyse van de forensisch antropologen. Eén forensisch archeoloog heeft met zijn team een kinderskelet opgegraven, morbide genoeg met een huls nabij het hoofd. In graf 8 zijn resten van ten minste twee personen opgegraven, die Van Wijk op een zeil heeft gepresenteerd. “Bij het lichaam liggen drie vreemde ribben die niet bij deze persoon horen.”

Verschillen verklaren

Een forensisch archeoloog van het NFI, Coen Nienaber, heeft als enige nagedacht over een alternatief scenario dat hij heeft ondersteund met elkaar uitsluitende hypotheses. Een aanpak die typisch is voor de Nederlandse, objectieve manier van forensisch onderzoek: het Bayesiaans rapporteren. Bij het NFI werken Groen en zijn collega Nienaber fulltime als forensisch archeoloog bij een kennisinstituut waar innovatie hoog in het vaandel staat. In veel andere Europese landen is de forensische archeologie geen apart deskundigheidsgebied. Groen: “Deze oefening is waardevol omdat het blootlegt hoe landen werken en hoe we verschillen kunnen verklaren. De inzichten die we deze driedaagse met elkaar hebben opgedaan, zullen we vertalen in een ENFSI ‘best practice manual’. Ik wil dat men steeds goed blijft nadenken wáárom we voor een bepaalde aanpak kiezen en wat voor voor- en nadelen aan deze aanpak kleven.”