Dit artikel hoort bij: @NFI 31

Sleutelrol Niet Humane Biologische Sporen in zaak Savannah

Tekst Meike Willebrands
Foto Meike Willebrands

Stille getuigen van een misdrijf  zoals algen, grond, kattenharen of waterplanten kunnen helpen om verbanden te leggen tussen personen of voorwerpen en een plaats delict. Bij het NFI houdt het deskundigheidsgebied Niet Humane Biologische Sporen (NHBS) zich bezig met dit soort forensisch onderzoek. De niet menselijke sporen kunnen van grote waarde zijn voor de bewijslast in strafzaken. Zoals in de zaak Fiji, de dood van de veertienjarige Savannah uit Bunschoten.

De strafzaak Fiji gaat om een jonge vrouw die op 1 juni 2017 om het leven is gebracht en op 4 juni 2017 in het water bij een park in Bunschoten is gevonden. Het slachtoffer zou op die 1e juni samen met een jongen zijn gezien voordat ze het park in gingen. De verdachte (17) ontkent iets met haar dood te maken te hebben. Ze zouden samen op het gras hebben gezeten, waarna hij is weggefietst. In de zaak Fiji zijn NHBS-deskundigen Aleksandar Dragutinovic en Stefan Uitdehaag vanuit hun expertise in een vroeg stadium bij het onderzoek betrokken. De vraag die dan op tafel ligt, is of de jongeman wel of niet op de plaats delict is geweest en of hij betrokken is bij wat Savannah is overkomen.

“We vonden eencellige algen, een aanwijzing dat de verdachte mogelijk in contact met het water is geweest”

Diatomeeën op kleding

Het deskundigheidsgebied NHBS kan het onderzoeksteam van de politie helpen in de zoektocht naar antwoorden over wat zich op 1 juni in het park heeft afgespeeld. Zo kunnen de deskundigen onderzoek doen naar de kleding van de verdachte die hij op de fatale dag aan had om te kijken of hij in contact is geweest met de sloot waarin het meisje is gevonden. “Diatomeeën, minuscule eencellige algen, op zijn kleding zouden daar een aanwijzing voor kunnen zijn”, legt Aleksander Dragutinovic uit. “Die komen namelijk in oppervlaktewateren voor.”

De politie heeft de kleding in beslag genomen, maar die hing op dat moment aan de waslijn. Een wasbeurt kan effect hebben op de hoeveelheid diatomeeën, vertelt de deskundige. “We hebben stukjes stof uit de kleding geknipt, die hebben we in 70% ethanol gelegd en 24 uur lang ‘geschud’ om zo de diatomeeën alsnog proberen los te krijgen. Dat is gelukt en die hebben we onder de microscoop bekeken.” Op basis van uiterlijke kenmerken kun je soorten onderscheiden, die kunnen bovendien per water verschillen. Als mensen niet in contact met oppervlaktewater zijn geweest, verwacht je geen diatomeeën te vinden op hun kleding. “We vonden ze dus wel, een eerste aanwijzing van dat de verdachte mogelijk in contact met het water is geweest”, laat Dragutinovic weten.

Aleksander Dragutinovic hangt kleding aan een stok in het water om te kijken wat aan diatomeeën te vinden is.

Referentiemonsters uit water

De volgende vraag die zich opdringt is of de samenstelling van de diatomeeën uit de kleding lijkt op die uit de sloot waar het slachtoffer is gevonden. “De politie had op 4 juni gelukkig meteen referentiemonsters uit het water genomen waardoor we de samenstelling in de kleding goed konden vergelijken met de situatie op het moment van het misdrijf”, vertelt Stefan Uitdehaag. “Dit gebeurt niet alleen met het blote oog, we kunnen een statistische mate van verschil berekenen. Daar komt een getal uit. In dit geval blijkt de samenstelling beter te passen bij de specifieke sloot in het park dan bij een willekeurig ander oppervlaktewater.”

Ondertussen gaat het onderzoek aan de niet humane biologische sporen verder. Er bestaan rond Savannah haar dood nog altijd veel vraagtekens, ook over de doodsoorzaak. In haar haren is een plant aangetroffen die ook voor onderzoek naar het NFI is gestuurd omdat die mogelijk iets met de toedracht van het misdrijf te maken heeft. Die plant heeft Uitdehaag op het lab onderzocht. Wat is het voor plant en kan die überhaupt iets bijdragen in deze zaak?

DNA-onderzoek aan de plant (planten hebben ook DNA) leert de deskundigen dat het een Bitterzoet is, een plant met lange, houtige worstelstokken. In de haren van het slachtoffer zat deze plant, net als verschillende waterslakken. Een relevante onderzoeksvraag voor NHBS is of het mogelijk is dat deze plant zomaar is komen aandrijven en zo in het haar van het meisje terecht is gekomen of dat deze plant mogelijk is losgerukt, bijvoorbeeld bij een worsteling in het water.

“De plant groeide op de plek waar het slachtoffer lag. Half in het water, half op de grond”

Stevig gewortelde plant

Als de plant bij een worsteling is losgerukt zou je verwachten dat die groeit nabij de plek waar het slachtoffer in het water is gevonden. Om de situatie te bekijken, zijn de twee deskundigen naar de plaats delict toe gegaan. “De plant groeide inderdaad op de plek waar het slachtoffer lag. Half in water, half op grond. We zagen ook dat deze stevig geworteld is in de oever waardoor je niet verwacht dat die zomaar aan komt drijven”, stelt Uitdehaag. “Het is geen onomstotelijk bewijs dát er een worsteling is geweest, maar wél een aanwijzing dat het aantreffen van deze plant in haar haren beter past bij het scenario dat die is losgerukt.”

Als verschillende onderzoeken in deze zaak parallel lopen, ontdekken de deskundigen ook nog een zoetwaterslakje in de jaszak van de verdachte. “Een mooie wending”, aldus Dragutinovic. “Toevallig was een collega van BiS (Biologische Sporen)  gepromoveerd  op een onderzoek naar slakken. Hij kon het slakje identificeren als een zoetwaterslak, een Draaikolkschijfhoornslak welteverstaan.” Dit was hetzelfde type die ook in de plant tussen de haren van het slachtoffer zat.

Stefan Uitdehaag kijkt welke plantensoorten aan de oever groeien.

Modder van trapper

Als de onderzoeken een maand lopen bij het NFI, stuurt de politie ook nog wat modder op die op de trappers van de fiets van het slachtoffer zat. Op basis van camerabeelden heeft de politie vast kunnen stellen dat de verdachte op de fiets van het slachtoffer het park heeft verlaten. “Ook die modder blijkt interessant. We hebben ook daar diatomeeën in gevonden. De samenstelling van de diatomeeën hebben we vergeleken met het referentiemonster uit de sloot en ook dat bleek overeen te komen. De modder kan via de schoenen zijn overgedragen aan de trappers”, licht Dragutinovic toe.

Drie maanden intensief onderzoek resulteert uiteindelijk in één afsluitend rapport waarin de deskundigen de bevindingen van alle deelonderzoeken toetsen in het licht van twee scenario’s: die van het OM en het alternatieve scenario van de verdachte. Het NFI concludeert in haar rapport dat het geheel aan onderzoeksresultaten beter past bij het scenario van het OM, dat ervan uitgaat dat de verdachte schuldig is aan de dood van het meisje en daarbij in contact is geweest met de sloot, mogelijk bij een worsteling. Mede op basis van het NHBS rapport veroordeelt de rechtbank Utrecht de 17-jarige verdachte in juli 2018 tot 2 jaar jeugdgevangenis en jeugd-tbs voor het doden van Savannah.

“Ik heb het gevoel dat we echt hebben kunnen bijdragen in een trieste, impactvolle zaak. Ons rapport is nadrukkelijk genoemd in het vonnis”

Impactvolle zaak

In dit breed ingestoken forensisch onderzoek vielen de stukjes van de puzzel stuk voor stuk op hun plaats. “Ik heb het gevoel dat we echt hebben kunnen bijdragen in een trieste, impactvolle zaak. Ons  rapport is immers nadrukkelijk genoemd in het vonnis”, zegt Dragutinovic. Ook de officier van justitie, Gerard Robben, beaamt de waarde van het NHBS-onderzoek. “Vóórdat dit onderzoek plaatsvond, had ik zelf maar uiterst beperkt te maken gehad met onderzoek door de afdeling NHBS. Voor deze zaak is het NHBS-onderzoek van doorslaggevende betekenis geweest. Ik denk dat dergelijk onderzoek in veel meer zaken een rol zou kunnen spelen.”

Wereldwijd neemt het onderzoek aan NHBS steeds meer toe, maar er valt ook nog veel te ontdekken. De deskundigen bedenken regelmatig nieuwe methoden voor onderzoek, zoals bij de diatomeeën in de zaak Fiji. “Nederland telt relatief veel waterlijken, waardoor wij de behoefte aan dergelijke achtergrondonderzoeken hebben. Tien jaar geleden is het NFI gestart om een goed onderbouwde methode op te zetten om diatomeeën uit kleding te halen,” zegt Uitdehaag. 

Zo hebben de deskundigen samen met studenten in een sloot tegenover het NFI kleding en schoenen aan een stok in het water gehangen en gekeken wat ze aan diatomeeën konden vinden. Ook kijken ze wat er met de diatomeeën gebeurt nadat kleding is gewassen en of er een bepaalde achtergrond aan diatomeeën aanwezig kan zijn in kleding die juist niet in contact is geweest met oppervlaktewater. “Die basale onderzoeken doen we zelf om te kijken wat je terug vindt aan diatomeeën en hóe je dat het beste kunt terugvinden. Die informatie documenteren we in een database en is waardevolle kennis voor nieuwe zaken.”