Dit artikel hoort bij: @NFI 33

Hoe tape een dader kan ontmaskeren

Tekst Meike Willebrands
Foto Fotodienst NFI / Peter Varkevisser

Ducttape duikt regelmatig op in onderzoeken naar misdrijven. Criminelen gebruiken het bijvoorbeeld om mensen vast te binden of om drugs te verpakken. De tape, die vaak in een prop bij het NFI binnenkomt, kan vingersporen en DNA bevatten die afkomstig zijn van een verdachte. Als die vervolgens beweert dat hij de rol tape volkomen onschuldig heeft vastgehouden, komt het deskundigheidsgebied Kras-, Indruk- en Vormsporen (KIV) in beeld. Zij onderzoeken hoe stukken tape oorspronkelijk aan elkaar hebben gezeten. Een complexe puzzel waarmee zij achterhalen waar de vingersporen op de rol hebben gezeten én of dat strookt met de verklaring van de verdachte.

Tape, het vaakst ducttape, gaat bij het NFI meestal eerst langs de afdelingen DNA, vingersporen en materiaalonderzoek. Na het sporenonderzoek kan een verdachte in beeld komen. Ontkennen dat het DNA of vingerspoor van hem/haar is, heeft weinig zin. Daarom dragen verdachten steeds vaker een alternatief scenario aan dat de aanwezigheid van hun vingerspoor of  DNA verklaart. “Als een verdachte beweert dat hij de tape in handen heeft gehad omdat hij weleens kluste met het slachtoffer, mag je het vingerspoor op de eerste wikkel van de tape verwachten, aan de buitenkant”, vertelt Koen Herlaar, deskundige kras-, indruk- en vormsporen.

Souchen

Herlaar onderzoekt of die verklaring hout snijdt door stukken ducttape weer aan elkaar te puzzelen. ‘Souchen’, heet dat in vaktermen.  “Als de tape in losse repen is gesneden of gescheurd, proberen wij de verbindingen met elkaar te vergelijken om te reconstrueren hoe de rol tape in elkaar heeft gezeten”, legt hij uit. “Als dan blijkt dat het vingerspoor van de verdachte ergens op wikkel drie zit, rammelt het scenario dat de verdachte de rol alleen even heeft vastgepakt.” Een uitgerold stuk ducttape rol je bovendien niet zomaar netjes terug, weet de deskundige. Zo heeft hij een zaak gehad waarin een verdachte beweerde erg zuinig te zijn met zijn tape. Hij zou het na gebruik weer strak hebben teruggerold, wat zijn vingerspoor in de rol zou verklaren. Herlaar demonstreert dat dat uit de hand eigenlijk onmogelijk is.

“Als blijkt dat het vingerspoor van de verdachte ergens op wikkel drie zit, rammelt het scenario dat de verdachte de rol alleen even heeft vastgepakt"

Microscoop

Als een slachtoffer vastgetaped heeft gezeten, komt de tape vaak in kluwen binnen bij het NFI. De afdelingen vingersporen en DNA-afdeling ontrafelen die kluwen in losse delen en korten die voor de werkbaarheid in. Zij knippen er expres een vormpje in of tekenen een sterretje, zodat de deskundige ziet welke stukken zij geknipt hebben. Herlaar wijst naar een zichtbaar gescheurd stuk tape met kleine karteltjes. “Dit stuk is voor ons wel interessant om aan een ander stuk te koppelen.”

Duidelijk kartelige uiteinden zijn vrij makkelijk in elkaar te passen. Dat kan iedereen die goed kan puzzelen. De moeilijkheid zit ‘m in de rechte stukken. Tape is zo gemaakt dat je het makkelijk af kunt scheuren, met een kaarsrecht uiteinde. Om daar het juiste stuk tape aan te linken, hebben de deskundigen een microscoop nodig. Alleen dan zijn de minuscule kleine karteltjes zichtbaar die ze visueel proberen te vergelijken.

Vezelmat

Andere kansen biedt de typische vezelmat. Een productie-eigenschap van ducttape met kleine draadjes en vezeltjes die door de tape heen bewegen. Die lijkt recht, maar dat is niet zo. De deskundige meet die nauwkeurig, dat geeft houvast voor zijn onderzoek. “Hoe ziet die vezelmat er precies uit? Hoeveel draadjes? Wat is de afstand ertussen? Omdat die heel geleidelijk door de hele rol heen en weer beweegt, veranderen de afstanden door de tape heen.”

De deskundige pakt twee losse stukken tape ter illustratie. “Dit zou weleens bij elkaar kunnen passen. De vezelmat ligt precies op dezelfde plek bij beide repen.” Daarnaast is de vraag waar gescheurd is van belang. Door de tape lopen draadjes in verschillende richtingen. Ook die hebben een afstand ertussen die overeen moet komen.

Inzoomen op detailniveau

Tape-onderzoek is kortom een gepriegel waar veel geduld en ervaring voor nodig is. Ook kennis van de eigenschappen van verschillende soorten tape is van belang. Bij het NFI hebben ze daarom een eigen databank aangelegd met een paar honderd verschillende soorten tape, gekocht in supermarkten en bouwmarkten.

Herlaar kent de meest voorkomende soorten inmiddels wel na 2,5 jaar ervaring in dit vak. Door steeds verder in te zoomen en steeds meer op detailniveau te kijken, weet hij de puzzel bijna altijd wel te leggen. “Met tien stukjes tape ben ik zo twee dagen bezig. Als je een stuk met het andere weet te verbinden, geeft dat altijd veel voldoening. Als het niet lukt kan de klus enorm frustrerend zijn, ook omdat je niet zeker weet of je alle tapedelen hebt.”

Nieuwe tak van sport

Als de tape-reconstructie compleet is, bekijkt Herlaar waar de DNA- of vingersporen zitten die zijn collega’s bij het NFI eerder al hadden gevonden. Samen met deze collega’s beoordeelt hij hoeveel steun het forensisch onderzoek geeft aan de strijdige scenario’s van het OM en de verdediging. Het is uiteindelijk altijd aan de rechter om daar iets van te vinden. De rechtbank oordeelt of het scenario van de verdachte aannemelijk is of niet.

In deze vorm van tape-onderzoek gaat het echt om de volgorde. Veel ouder is het onderzoek naar een rol tape die bij een verdachte thuis is gevonden met de onderzoeksvraag of die gebruikt is bij een bepaald misdrijf.  “Dan gaat het puur om het uiteinde van de rol koppelen aan een van de uiteindes die ik dan voor me heb liggen. Daar is het onderzoek naar de volgorde wel uit voortgekomen”, vertelt hij. “Door op detailniveau heel goed in te zoomen en te vergelijken.”

Relevant in strafzaak

Inmiddels doet KIV rond de tien tot twintig vergelijkend tape-onderzoeken per jaar, het gros is ducttape. Herlaar merkt dat de vraag naar onderzoek op ‘activiteitniveau’, hoe een spoor ergens terecht is gekomen, toeneemt. Dat komt volgens hem omdat de verdediging anders is gaan werken. Het koppelen van verschillende stukken tape met een onderzoeksvraag op activiteitniveau is een nieuwe tak van sport die geheel te verklaren is door het steeds populairder wordende alternatieve scenario van verdachten.

De deskundigen geven hun onderzoeksbevindingen uiteindelijk weer in hun rapport en ondersteunen die met afbeeldingen die op microscopisch detailniveau aantonen dat de stukken tape precies in elkaar passen. “Daar is eigenlijk geen speld tussen te krijgen”, zegt Herlaar. “Dat maakt deze onderzoeken zo mooi. Met onze bevindingen kun je de rechter helpen bij het toetsen van de verklaring van een verdachte, zo ben je direct relevant voor een strafzaak.”