Tekst Meike Willebrands
Foto Fotodienst NFI/histolab

Flinterdunne plakjes weefsel van longen, een milt, een hart of een brein. Bij het histologisch laboratorium van het NFI vervaardigen drie ervaren laboratoriummedewerkers zogeheten coupes van menselijk weefsel. De patholoog kan die na een sectie microscopisch onderzoeken op letsels of ziekelijke afwijkingen. Een niet alledaagse baan, waar het drietal veel voldoening uit haalt. “We kennen niet alle zaken waar we aan werken, maar we weten waar we dit werk voor doen. We leveren een belangrijke bijdrage aan waarheidsvinding.” Een interview met Marjolein Mens en Linda van der Sanden.

Mens en Van der Sanden volgden allebei de Laboratoriumschool, waar ze de richting Medische Pathologie kozen met als specialisatie histologie, oftewel weefselleer. Inmiddels werkt het tweetal, samen met collega Roland Pieters, al ruim een decennium op het histolab van het NFI. In tegenstelling tot hun collega’s in het ziekenhuis, werken de labmedewerkers van het NFI alleen met organen en botten van overleden personen.

Organen op sterk water

De drie werken altijd in opdracht van de patholoog. Die snijdt na elke sectie kleine plakjes van de organen van een overleden persoon af die het histolab in een pot met formaline (sterk water) ontvangt. De formaline houdt het rottingsproces van menselijk weefsel tegen. De stukjes organen uit één lichaam, zoals nieren, lever, hart en longen, zitten in cassettes. Gemiddeld zijn de weefsels 1 cm bij 1 cm en een 0,5 cm dik.

Hoewel het histolab volgens een vast protocol werkt, levert het drietal ook maatwerk. “Als er bij een sectie bijvoorbeeld schade aan het brein zichtbaar is, neemt de patholoog meer weefsel van de hersenen af. Gisteren hadden we een waterlijk dat al grotendeels ontbonden was, in dat geval krijgen we in totaal maar tien stukjes weefsel binnen”, licht Van der Sanden toe.

Histolab detail coupures maken
Op het histolab snijden labmedewerkers flinterdunne plakjes, één per orgaan, en plakken die vervolgens op glazen plaatjes.

Schrijnende zaak

Naast het vervaardigen van de weefsels tot een kwalitatief goed microscopisch preparaat voor de patholoog, speelt het histolab ook een rol bij letseldatering: hoe oud verwondingen zijn. Van blauwe plekken en snijwonden op de huid tot botbreuken. Van der Sanden geeft een voorbeeld van een zaak die indruk op haar maakte. “Ik herinner me een schrijnende zaak met een kind. De patholoog zag breuken in de ribbenkast, benen en armen. Wij kunnen ook coupes maken van bot, zodat de patholoog de breuken onder de microscoop nader kan onderzoeken om te beoordelen hoe oud de breuken waren. Het verhaal was dat het slachtoffer van de trap was gevallen. Maar de patholoog zag tientallen breuken in verschillende stadia van genezing. Dat duidt op stelselmatige mishandeling, en niet op één valpartij.”

De histolabmedewerkers beperken zich tot de bewerking van het lichaamsmateriaal. De patholoog is verantwoordelijk voor de interpretatie van de letsels die vaak te relateren zijn aan een misdrijf, zoals kleine bloedingen of kleine botbreuken. Om die goed onder de microscoop te kunnen zien, is het van groot belang dat het histolab kwalitatief goede preparaten levert.

“Ik herinner me een schrijnende zaak met een kind. De patholoog zag breuken in de ribbenkast, benen en armen"

Vloeibare paraffine

Van der Sanden en Mens laten zien hoe zij de weefsels microscoop-klaar maken. “De cassettes staan 48 uur in de formaline. Daarna gaat het weefsel in een ontwaterapparaat dat alle formaline, water, bloed en schadelijke bacteriën uit het weefsel filtert”, vertelt Mens. Vervolgens gaan de cassettes met weefsel in een speciale mal met vloeibare paraffine (kaarsvet). Die zetten ze op een vriesplaat zodat het kaarsvet stolt en ze het blokje met paraffine en weefsel eenvoudig uit het bakje kunnen wippen. “Het blokje paraffine met het weefsel is dan hard genoeg om in dunne plakjes te snijden.”

Net een snijmachine

Het snijden van de blokjes gebeurt op een ander, naastgelegen lab. “Met een soort snijmachine zoals je kent van de kaasboer”, illustreert Van der Sanden. Ze demonstreert hoe de machine werkt. “We snijden flinterdunne plakjes, één per orgaan, die we vervolgens op glazen plaatjes plakken. De coupes op de glaasjes leg ik vervolgens op een warme plaat van 45 graden. Wij spelen veel met temperaturen”, legt ze uit. De smelttemperatuur van paraffine is 60 graden. Bij een vaste stof zitten de moleculen dicht tegen elkaar aangedrukt.  Zodra je de coupe op de warme plaat legt, warmt de paraffine op en smelt het licht. Het effect daarvan is dat de moleculen vrij kunnen bewegen en het weefsel mooi glad trekt, hierdoor zijn de organen beter te bekijken onder de microscoop.

Histolab gekleurde long
Longweefsel voorzien van een kleuring.

Kleuringen

Alle orgaanweefsels zien er in beginsel hetzelfde uit, blank gekleurd. De laatste stap, maar zeker niet de minst belangrijke in het proces, is dat ze alle weefsels een speciale kleuring geven. “De kleurstof hecht zich op basis van de eigenschappen van het weefsel aan delen daarvan. We gebruiken een standaardkleuring, die levert meestal al veel op”, zegt Mens. “Maar soms komt de patholoog bij ons terug voor een andere, specifieke kleuring. Vandaag hadden we bijvoorbeeld het verzoek voor een schimmelkleuring. De patholoog verwachtte schimmel in de longen, wat kan hebben bijgedragen aan de doodsoorzaak. Schimmels, eiwitten en bacteriën hebben een andere kleuring. We gebruiken eerst de standaardkleuring, bij twijfel gebruiken we aanvullende kleuringen. Daarvoor snijden we opnieuw coupes van het zelfde blokje.”

“De weefsels waar we mee werken, zijn voor ons ook niet herkenbaar als mens. Maar soms weet je wel meer van een zaak, bijvoorbeeld een moord die in het nieuws is"

Het proces op het histolab, van de pot met stukjes orgaan in formaline tot het microscopische preparaat, duurt ongeveer vier dagen. “We werken met postmortaal materiaal, daarom nemen we geen risico en laten we weefsels 48 uur in sterk water staan. Er is bij ons ook geen snelle diagnose nodig zoals in het ziekenhuis”, vertelt Mens. Nadat de patholoog de coupes microscopisch bekeken heeft, neemt die zijn/haar bevindingen mee in het definitieve sectierapport.

Niet herkenbaar als mens

Het drietal weet vaak niet aan wat voor zaken ze werken, dat hoeft ook niet. “De weefsels waar we mee werken, zijn voor ons ook niet herkenbaar als mens. Maar soms weet je wel meer van een zaak, bijvoorbeeld een moord die in het nieuws is. Dan weet je dat je daaraan gaat werken. De zaak met het jonge slachtoffer met de vele botbreuken vond ik heftig, maar het motiveert ons ook enorm.”

Letsels aan botten kunnen soms slechts kleine scheurtje zijn. “Die kun je microscopisch beter beoordelen op hoe oud ze zijn, dan met alleen een radiologische scan”, vult haar collega aan. “Dat geldt ook voor bloedingen. Zo kunnen wij een belangrijke schakel zijn voor de bewijsvoering in zaken. Dat bleek ook weer bij het slachtoffer dat dus waarschijnlijk niet van trap was gevallen, maar stelselmatig was mishandeld. Wij kunnen de patholoog helpen om dat aan te tonen, ik realiseer me dat dat een verantwoordelijke taak is.”

Het histolab van het NFI is onlangs zeer goed beoordeeld op de kwaliteit van zijn werk. Laboratoria zijn verplicht om mee te doen aan zogenaamde ringonderzoeken, controles om de kwaliteit hoog te houden. Zes keer per jaar stuurt het NFI-histolab coupes op die zijn hebben gekleurd voor een externe beoordeling door vier personen. Van der Sanden: “De laatste inzending kon je van 0 tot 20 scoren. Wij kregen een 20 voor onze kleuringen. Een mooie bevestiging van de kwaliteit van ons werk.”

Van links naar rechts: Linda van der Sanden, Roland Pieters en Marjolein Mens.