Tekst Meike Willebrands
Foto Maud van Velthoven

Sectie-assistenten Laura Ashley van Dijk (26) en Misha Manise (34) gebruiken de woorden  ‘fascinerend’, ‘interessant’ en ‘liefde’ als ze over hun vak praten. Bijna dagelijks worden secties verricht op mensen die mogelijk door een misdrijf om het leven gekomen zijn. De sectie-assistenten hebben de belangrijke taak om het lichaam van het slachtoffer na de sectie te reconstrueren en toonbaar te maken voor nabestaanden. “Als een slachtoffer bij ons op de afdeling binnen komt, is er vaak iets heftigs gebeurd. Geen dag is bij ons hetzelfde en we dragen bij aan gerechtigheid. Dat maakt het werk zo mooi.”

De afdeling forensische pathologie van het NFI telt twee forensisch pathologen en twee pathologen in opleiding. Zij worden bij secties ondersteund door een team van in totaal zeven sectieassistenten. Van Dijk is verreweg de jongste en de enige vrouw tussen de opvallend grote, veelal kale mannen. “Al meer dan tien jaar hebben we geen vrouwelijke sectieassistente in ons team gehad. Tot Laura Ashley tien maanden geleden binnen stapte”, vertelt sectie-assistent Misha Manise. “De mannen wegen met zijn zessen zo’n 800 kilo. Maar de hartjes bij elkaar nog geen 100 gram hoor”, grijnst hij.

"Als er iemand uit mijn geboortejaar op de sectietafel ligt, voel ik dat wel even"

Tegendeel bewijzen

Van Dijk heeft de studie forensisch laboratoriumonderzoek gedaan. Ze is bij het NFI binnengekomen als stagiaire op de afdeling vingersporen. Daarna is ze overgestapt naar de afdeling forensische antropologie, waar ze zich bezighield met de leeftijdsschatting van personen aan de hand van tanden. Toch heeft ze al die tijd één doel voor ogen: bij pathologie werken. Hetzelfde werk doen als die zes grote mannen. “Tien maanden geleden ben ik daar via een omweg terecht gekomen. Veel sneller dan gedacht. Met weinig kennis over pathologie kwam ik binnen. Hoezo geen vrouwen?, dacht ik. Ik voelde enorme drang om te bewijzen dat ik daar ook pas en het werk aankan.”

Ze maakte voor het eerst een sectie mee op de forensische afdeling van de politie. Alles was nog nieuw, maar Van Dijk vond het bovenal fascinerend wat er in de sectiekamer gebeurde. Een dood lichaam onderzoeken, ervaart de jonge vrouw niet als heftig. “Ik heb hiervoor ook al met overledenen gewerkt tijdens een bijbaan bij een begrafenisondernemer. Dicht bij doden zijn en ze aanraken, is niet nieuw voor mij.” Die bijbaan koos ze bewust om te voelen hoe het  is om zo dicht bij de dood te zijn. Er ligt een mens op de tafel, iemand met familie. Daar is Van Dijk zich altijd van bewust. Toch kan ze zich daar goed voor afsluiten en emoties de baas blijven. “Als er iemand uit 1992 ligt, mijn geboortejaar, voel ik dat wel even.”

Liefde en passie

Veel van de sectieassistenten hebben een vergelijkbare start gehad. Ook Misha Manise is op zijn eenentwintigste begonnen als mortuariumbeheerder om alvast het nodige te leren. Hij is kort stil en vervolgt stellig. “Je moet passie hebben voor dit vak. Líefde voelen. Dat klinkt misschien vreemd, maar zo is het wel.” Als er vacatures vrijkomen op het team, is dat ook waar ze mensen op proberen te selecteren. Sollicitanten die hun brief beginnen met ‘Na mijn favoriete serie CSI te hebben gekeken, lijkt dit mij wel wat’, moeten echt met een sterker onderbouwde motivatie komen. “Het is een passie, een manier van leven. We werken soms van ‘s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Je kunt altijd van een feestje weggeroepen worden. Daar moet je wel toe bereid zijn.”

Van Dijk voldeed aan de eisen. Ook zij heeft die liefde voor het vak en is bereid om haar privéleven op een tweede plek te zetten. Bij het NFI vinden op jaarbasis rond de driehonderd secties plaats, soms meerdere op een dag en dat is hard werken. De sectie-assistent legt uit hoe het team te werk gaat.

Toegebracht letsel

“De hoofdvraag in de sectiekamer is wat de doodsoorzaak van het slachtoffer is. We doen eerst een uitwendige schouw en noteren de bevindingen zorgvuldig. Daarna verzamelen we materiaal zoals hoofdhaar, schaamhaar, bloed en urine voor onderzoek op andere afdelingen van het NFI”, legt Van Dijk uit. “De patholoog kijkt ook naar het toegebrachte letsel”, vult haar collega Manise aan. “Tijdens een sectie bekijkt de arts bijvoorbeeld bij steekwonden hoe vaak er is gestoken en of steekwonden door hetzelfde mes zijn toegebracht.” De ervaren sectie-assistenten zien ook veel en herkennen veel. Zo kunnen zij de arts goede ondersteuning bieden. Maar het is altijd de patholoog die het sectierapport schrijft en conclusies trekt.

Na de uitwendige sectie maken de sectie-assistenten het lichaam open. Ze bekijken eventuele bijzonderheden onder toeziend oog van de arts en nemen vervolgens stap voor stap de organen uit, die de patholoog onderzoekt. Maar na de sectie begint het eigenlijk pas echt voor het duo. De sectieassistenten reconstrueren het lichaam zodanig dat het toonbaar is voor de nabestaanden. Die taak verricht het tweetal met veel zorg en aandacht. Zij zien heel wat binnen komen, bijvoorbeeld mensen met schotverwondingen aan het hoofd. “Er zijn altijd nabestaanden”, vertelt Van Dijk. “Wij vinden het erg belangrijk dat we het lichaam respectvol, net en toonbaar kunnen overdragen.” Volgens Manise maakt het op de sectietafel ook helemaal niet uit wie het slachtoffer is geweest. “Al is het iemand die in de media bekend staat als een grote crimineel. Er zijn altijd mensen die rouwen.”

"Je moet in dit vak tegen veel opgewassen zijn. Het komt voor dat we alleen een lichaamsdeel binnen krijgen voor onderzoek"

Nooit uitgeleerd

Van Dijk ziet op de afdeling pathologie nog veel nieuwe dingen voorbij komen. Ze weet en herkent nog lang niet alles. Eigenlijk zijn zelfs de meest ervaren sectie-assistenten nooit uitgeleerd. “Het letsel dat ik soms tegenkom, blijft me verassen”, vertelt Manise. “Je moet in dit vak tegen veel opgewassen zijn. Het komt voor dat we bij pathologie alleen een lichaamsdeel binnen krijgen voor onderzoek. Dat heeft impact, daar hebben wij mee te dealen.”

Van Dijk benadrukt dat het daarom zo belangrijk is dat ze een goed team hebben. Dat draait als een geoliede machine. Als het een dagje even niet lekker gaat, kunnen de sectie-assistenten bij elkaar terecht. Ze kunnen op elkaar bouwen. Soms hebben collega's meerdere kindersecties in een week, dat komt wel binnen, erkennen ze allebei. De collega's ontlasten elkaar dan door bijvoorbeeld een sectie over te nemen.

Van Dijk heeft nu, bijna een jaar nadat ze de afdeling binnen stapte, wel bewezen dat ze als jonge vrouw inderdaad is opgewassen tegen de fysieke, maar zeker ook emotionele zwaarte van het vak. Liefde voor het vak, daar begint het.