Tekst Ruben Murk

Volgende week is het een jaar geleden dat in Den Haag de Nuclear Security Summit (NSS) plaatsvond. Ed van Zalen van het NFI zette bij de 53 landen het belang van forensische kennis op de agenda. Dit waren de vijf belangrijkste forensische eyeopeners die hij naar voren bracht.

"Forensisch onderzoek kan helpen om de smokkelaars van radioactief materiaal of de makers van een vuile bom op te sporen."

Van de elf punten van het Verdrag van Den Haag gaat er één over forensisch onderzoek. En daar is Ed van Zalen, programmamanager, best trots op. “De deelnemende staten zijn zich sinds de top in Den Haag bewuster geworden van het belang van nucleair forensisch onderzoek”, stelt hij.

Het Nederlands Forensisch Instituut wordt wereldwijd als leider gezien op dit vakgebied. In 2011 schreef het in opdracht van het Witte Huis een advies over hoe forensisch onderzoek kan helpen bij nucleaire veiligheid.

1. Forensisch onderzoek kan (ook) aanslagen voorkomen

Forensisch onderzoek kan helpen om de smokkelaars van radioactief materiaal of de makers van een vuile bom op te sporen. Maar dat is niet het enige, zegt Van Zalen. ”Ook bij het voorkomen van een aanslag is forensische kennis nuttig. We kunnen onderzoek doen naar de herkomst van radioactief of nucleair materiaal. En zo helpen een eventuele aanslag in de toekomst te voorkomen.”

2. Zorg dat iedereen dezelfde taal spreekt

Bij nucleair forensisch onderzoek, bijvoorbeeld na een aanslag met een vuile bom, moeten nucleaire en forensische wetenschappers samenwerken. Een struikelblok is dat deskundigen niet dezelfde taal spreken en andere begrippen hanteren. Het NFI ontwikkelde een app met een lexicon met een uitleg van alle begrippen van beide vakgebieden. “We presenteerden de app voordat de top begon. Inmiddels is hij talloze keren gedownload.”

3. Landen moeten kennis delen

Nederland mag dan koploper zijn, ook in andere landen is kennis aanwezig. Het NFI zorgde ervoor dat er een overzicht kwam van ervaringen van verschillende landen. Daarnaast is het zaak om deze kennis zo veel mogelijk te delen. Voor veel deelnemende landen geen probleem. Van Zalen: ”Maar er zijn er ook die dit niet willen, of maar met een deel van de andere landen.” Er is inmiddels een kennisplatform, de invulling is een volgend punt. “Wij zouden graag zien dat deskundigen hier kunnen discussiëren en cases uitwisselen.”
 

4. Wees voorbereid op een aanval

Veel landen hebben een noodplan in het geval van een terreurdreiging of -aanslag met radiologische of nucleaire agentia. Maar een officieel nationaal reponseplan ontbreekt. Daarin staat precies beschreven welke noodhulp, technische experts en opsporingsfunctionarissen moeten klaarstaan bij een aanval. Het NFI adviseert om een standaard stappenplan te maken, dat landen tegelijkertijd in staat stelt te ontdekken welke expertise ze nog missen.

"Het NFI zorgde ervoor dat er een overzicht kwam van ervaringen van verschillende landen."

5. Zorg voor een opleidingsprogramma

Het forensisch bewustzijn is bij de deelnemende landen na de top in Den Haag verder gegroeid. Nu moeten mensen nog worden getraind. Het NFI ontwikkelt een (internationale) onderwijsmodule voor deze specialistische forensische kennis. Daarnaast is nucleaire veiligheid vooral: oefenen, oefenen, oefenen. Want er is - gelukkig - zelden een mogelijkheid om ‘in het echt’ ervaring op te doen. Simuleren is de oplossing. Begin deze  maand organiseerde het NFI bijvoorbeeld een internationale oefenrechtbank, waar rechters werden getraind in het beter beoordelen van nucleair-forensisch bewijsmateriaal.