Bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) werken circa 150 tekenbevoegde deskundigen. Zij ondertekenen rapporten en moeten – als daar om wordt gevraagd – optreden als getuige-deskundige. Voor het zover is, volgen zij een intensieve opleiding die meerdere jaren duurt. En daar hoort ook een kruisverhoor in de oefenrechtbank bij.

“De selectie van deskundigen begint al bij de sollicitatieprocedure”, vertelt Sandra de Haas, opleidingsadviseur bij het NFI. “Tijdens die procedure kijkt het NFI al of iemand geschikt is als deskundige.”

“We leggen de lat hoog met oog op het belang in de rechtszaal."

Opleiding

Deskundigen bij het NFI hebben de bevoegdheid om rapporten te tekenen. “Daarmee zijn zij volgens de wet verantwoordelijk voor de inhoud”, legt De Haas uit. De opleiding die deskundigen bij het NFI volgen kent een algemeen deel en een vakinhoudelijk deel. Het vakinhoudelijke deel bestaat naast vakinhoudelijke cursussen voornamelijk uit training on the job. “In het eerste jaar zijn deskundigen bijna fulltime met hun opleiding bezig. In de jaren daarna verandert de verhouding werk-opleiding; ze zijn dan steeds minder tijd kwijt aan de opleiding.”

Het algemene deel van de opleiding richt zicht voornamelijk op 5 verschillende vaardigheden: recht, criminalistiek, Bayesiaans-model, rapporteren volgens de NFI-normen en kwaliteit. “Dat komt samen met de vakinhoudelijke kennis en vaardigheden uiteindelijk allemaal samen in de oefenrechtbank.  Dit is een belangrijke mijlpaal in de opleiding.”

Oefenrechtbank

Het is een gewone donderdagochtend in februari. In een zaal bij het NFI zitten 5 mensen in toga; drie rechters, een officier van justitie en een advocaat. Ook is een contradeskundige aangeschoven. Een deskundige in opleiding buigt zich nog eens over haar rapport. Dan volgt een spervuur aan vragen. “In de oefenrechtbank verdedigen de deskundigen in opleiding een echt rapport, waarvan ze zelf het concept hebben geschreven of waar ze op een andere manier bij betrokken zijn geweest”, weet De Haas.

“Deskundigen zijn vakinhoudelijk heel erg sterk, maar in de rechtbank gaat het er ook om dat je dat overtuigend kunt communiceren. Juristen zijn op zoek naar bewijs, terwijl forensische deskundigen meer de nuance willen laten horen.”   

"In de rechtbank gaat het er ook om dat je dat overtuigend kunt communiceren."

Kritisch

De oefenrechtbank is onder meer samengesteld uit een ‘echte’ rechter en hoogleraren criminalistiek en criminologie. “Het is altijd goed om het optreden van de ondervraagde door externen te laten toetsen. Laat anderen ook maar kritisch naar hun optreden als getuige-deskundige kijken”, meent De Haas.

De rechter, de officier van justitie, maar vooral de advocaat zetten de deskundige in opleiding onder flinke druk. Hij laat zich echter niet gek maken; hij blijft rustig en geeft geduldig antwoord op de vragen. “We leggen de lat hoog met oog op het belang in de rechtszaal. Red je je in de oefenrechtbank, dan red je het tijdens een gewone rechtszaak ook.”