Tekst Ruben Murk

Beelden met hoge resolutie (HD) zijn tegenwoordig de standaard. En ook steeds meer beveiligingscamera’s kunnen HD-beelden vastleggen. Maar dat wil niet zeggen dat het uitlezen van beelden en dus de opsporing daarmee gemakkelijker wordt.

“Beveiligingscamera’s zijn in principe ook niet bedoeld voor de opsporing.”

“Beveiligingscamera’s zijn in principe ook niet bedoeld voor de opsporing”, zegt beeldonderzoeker Arnout Ruifrok van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). “Beveiligingscamera’s zijn er om live mee te kijken. Het gaat om het gevoel van veiligheid, om een extra paar ogen.”

Detail

De live-beelden van beveiligingscamera’s zijn vaak van betere kwaliteit dan de opgeslagen beelden. De systemen zijn in principe niet ontworpen om ook beelden op te slaan. “Bovendien gaat het tegenwoordig in steeds meer gevallen om internetsystemen waar geen uitgang meer opzit om gegevens te kunnen uitlezen. De data worden centraal opgeslagen.”

En zeker de opslag van HD-beelden kost veel geheugen. Om ruimte te besparen, worden de bestanden gecomprimeerd opgeslagen. Dat gaat ten koste van de beeldresolutie of van het aantal beelden per seconde. “Beveiligingscamera’s zijn er op gericht een overzicht te bieden, terwijl de politie op zoek is naar details”, schetst Ruifrok.

Gezichtsherkenning

Die details kunnen verloren gaan door de mindere kwaliteit, of doordat minder beelden per seconde zijn opgeslagen. Ruifrok testte dat eens door mensen voor de camera hun hoofd te laten draaien. “De ondergrens is 16 beelden per seconde. Daartussen zat altijd een frontaal beeld.” Bij 12 beelden per seconde was dat niet bij alle gefilmde personen het geval. Zo’n beeld kan het verschil betekenen tussen een persoon wel of niet kunnen herkennen, en tussen een persoon wel of niet kunnen opsporen.

Er zijn allerlei technieken om slechte beelden ‘op te poetsen’. Deskundigen van het NFI zijn daarin uiterst terughoudend. Het beeld verhelderen of het contrast aanpassen kan nog “redelijk veilig”. Hoewel zelfs daar al gevaar in kan schuilen. Zo veranderden Ruifrok en zijn team één keer het contrast van het beeld. “Het leek daardoor net of iemand een baard had.” Zo’n detail is een cruciaal verschil in de opsporing.

"Er zijn allerlei technieken om slechte beelden ‘op te poetsen’. Deskundigen van het NFI zijn daarin uiterst terughoudend."

Risico's

Er zijn meer technieken om beelden te verbeteren, maar die brengen risico’s met zich mee. Bijvoorbeeld het toevoegen van kleur. “Deze stoel is zwart”, wijst Ruifrok op het zitmeubel in zijn kamer. “Op een infraroodcamera kleurt de stoel licht grijs. En een infraroodcamera geeft rood weer als wit.”

Bij bijvoorbeeld een nummerbord hoeft dat niet direct een probleem te zijn. “Je weet immers hoe dat eruit moet zien. Maar dat geldt bijvoorbeeld niet voor gezichten. Door het aanpassen van beelden kun je ze anders gaan interpreteren.”